Ename Colloquium - Abstracts

De bevroren graven van het Altaj-gebergte, klimaatsverandering en toerisme: het erfgoed van Altaj in kaart gebracht

WOUTER GHEYLE, JEAN BOURGEOIS, RUDI GOOSSENS, ALAIN DE WULF
UGent, België

Het Altaj-gebergte strekt zich uit over het grensgebied tussen Rusland, Mongolië, China en Kazachstan, waar Zuid-Siberië en Centraal-Azië elkaar raken. Een enorme rijkdom aan archeologische monumenten ligt verspreid over de valleien, steppes en plateaus van Altaj. Ze dateren van het Eneolithicum tot de zogenaamde Etnografische periode (3de millennium v. Chr. – 19de eeuw n.Chr.) en zijn uitzonderlijk goed bewaard; zelfs kleine structuren, bestaande uit niet meer dan een paar stenen, zijn nu nog steeds zichtbaar, en vormen een uniek archeologisch landschap.

De meest bekende van deze archeologische monumenten zijn zonder twijfel de grafheuvels van de Skythen, daterend uit de Vroege IJzertijd (9de tot 2de eeuw v.Chr.). Veel van deze graven zijn aangelegd in het hooggebergte, waar de bevroren ondergrond voor een uitstekende bewaring zorgde, en dit meer dan 2000 jaar lang. Alle grafinhoud bleef hierdoor bewaard: de graftombe zelf en houten sarcofaag, maar ook alle voorwerpen die de dode op zijn reis naar het hiernamaals moesten vergezellen: textiel, houten gebruiksvoorwerpen, gereedschap uit been, brons, ijzer en goud, wapentuig, volledig opgetuigde paarden en zelfs voedsel. Het lichaam van de dode zelf is soms zo goed bewaard dat de tatoeages op de huid nog steeds zichtbaar zijn.

Grafrovers en avonturiers zijn tot voor kort de enige vijanden geweest van deze unieke monumenten, maar recentelijk is een nieuwe dreiging ontstaan. Klimaatsverandering zorgt ervoor dat de permafrost in dit deel van Siberië langzaam maar zeker verdwijnt. Het smelten van de bevoren ondergrond vernielt de ideale bewaarsomstandigheden van de graven, en samen met de rijke grafinhoud gaan ook de unieke inzichten in de vroegnomadische Skythische cultuur verloren. De Universiteit Gent en UNESCO’s Werelferfgoedcentrum lanceerden daarom in 2005 het ‘Frozen Tombs of the Altay Mountains: Preservation and Conservation’ initiatief, met als bedoeling de overgebleven bevroren graven te lokaliseren en indien mogelijk tegen de opwarming te beschermen.

Een minder directe bedreiging, maar daarom niet minder belangrijk, is de snelle groei van het toerisme in vooral het Russische deel van het Altaj-gebergte. Altaj is een populaire bestemming geworden en trekt jaarlijks meer en meer toeristen aan. De tienduizenden toeristen vormen een van de belangrijkste bronnen van inkomsten voor de plaatselijke bevolking, waardoor toeristische dorpen en kampeerterreinen jaar na jaar uitbreiden en meer en meer van het tot nu toe onaangetaste gebergte inpalmen. Vooral het wild kamperen vormt een zware belasting voor de vele onbeschermde en onbewaakte archeologische vindplaatsen, waaronder enkele van de meest interessante Skythische grafvelden.

We zijn ervan overtuigd dat de resultaten van ons inventarisatiewerk in Altaj in de laatste zes jaar (resulterend in een databank met gedetailleerde informative over meer dan 12.000 monumenten) en de bijhorende archeologische kaarten kunnen bijdragen tot de bescherming en gecontroleerde ontsluiting van dit unieke culturele erfgoed. Onze gegevens zijn daarom beschikbaar voor de lokale autoriteiten via de Universiteit van Gorno-Altajsk. De databank en kaarten kunnen gebruikt worden om het publiek te informeren over hun unieke erfgoed, en bewust te maken voor klimaatsverandering en zijn gevolgen.

Een goed voorbeeld van een actief project is het Uch-Enmek Etno-Cultuur Park, opgericht in 2001 door directeur Danil Ivanovich Mamyev om de cultuur van de lokale Altajsche bevolking in ere te herstellen en de heilige archeologische vindplaatsen te beschermen. Ze organiseren daartoe geleide bezoeken van het park, waarbij ze het publiek informeren over de vindplaatsen en aan bewustmaking werken. Samen met Mr. Mamyev besloten we de monumenten in het park in detail in kaart te brengen: al 3.297 structuren werden opgetekend in 2007 en 2008, en we keren in de zomer van 2009 terug om het werk af te maken.