Ename Colloquium - Abstracts

De impact van klimaatsveranderingen in het verleden op de Schelde (België)

FRIEDA BOGEMANS, ANNELIES STORME
VIOE

Wijzigingen in het milieu ten gevolge van klimaatsveranderingen hebben altijd een bedreiging gevormd voor de leefomgeving van de mens. Bewijzen van klimaatsveranderingen liggen ook opgeslagen in de sedimenten die gedurende de laatste 15000 jaar afgezet zijn in de riviervalleien, zoals onder meer in de Scheldevallei. In de Wijmeersen werden deze fluviatiele afzettingen onderzocht met het oog op de reconstuctie van de sedimentaire paleo-omgeving en paleoecologie. Ten gevolge van de klimaatsverbetering aan het begin van het Laat-Weichseliaan onderging het milieu een drastische verandering. Een overwegend eolisch milieu veranderde in een fluviatiel milieu. Tijdens het Laat-Weichseliaan werd de Schelde een meanderende rivier in een toendralandschap. In de Wijmeersen migreerde de meanderende Schelde op verschillende niveaus en vormde minstens twee geulen, die tegelijkertijd actief bleven.

Het mildere klimaat stimuleerde een steeds dichtere bosvegetatie, wat op zijn beurt resulteerde in een enorme toename van de evapotranspiratie. Bijgevolg nam het debiet af en werden de geulen ondermaats. Slechts in een beperkt deel van de vroegere geulen stroomde nog water, fijn klastische sedimenten accumuleerden in deze geulen terwijl ook veen gevormd werd. Pollenanalyses en radiokoolstofdatering tonen aan dat de opvulling van de geulen reeds gestart was in het Allerød. Een algemeen wateroverschot ontstond als gevolg van de afname van de hellingsgraad en de stijging van de grondwatertafel, de laatste versterkt door de wereldwijde klimaatsverandering. Hierdoor nam de rivier een vertakt rivierpatroon aan.

Verdere wijzigingen in het hydrologisch regime door ontbossing, landbouw en klimatologische impact beïnvloedden de evolutie van de vertakte rivier naar een één-geul systeem. Zo ontstond de ‘nieuwe Schelde’. Aanvankelijk was de rivier zeer dynamisch, met meerdere doorbraken. Later kreeg de accretie van de overstromigsvlakte-afzettingen de overhand. De rest is geschiedenis: de mens sloot de rivier in tussen dijken, met de bekende, mogelijk rampzalige, gevolgen.